Dit is een vrij pittige Sambal-Oelek, maar dan van verse rode lomboks. Een poosje houdbaar in de ijskast .... En heeeeeel èrg lekker! (als je van pittig houd) sambal = mengsel, ulek = stamper, wrijver
Dit is een vrij pittige Sambal-Oelek, maar dan van verse rode lomboks. Een poosje houdbaar in de ijskast .... En heeeeeel èrg lekker! (als je van pittig houd) sambal = mengsel, ulek = stamper, wrijver
Bakken is een kooktechniek waarbij men het voedsel in een pan of koekenpan laat garen en bruin worden. Om aanbranden te voorkomen wordt in de pan boter, olie, vloeibare margarine of ander vet gedaan.
De aardappel (Solanum tuberosum) is een plant die ondergronds een energievoorraad in de vorm van zetmeel aanlegt. Het zetmeel wordt bewaard in de vorm van knollen, die eveneens aardappelen of aardappels worden genoemd. De knollen worden gevormd aan ondergrondse stengels, stolonen genoemd. In veel Europese en westerse landen is de aardappel een basisvoedingsmiddel. Net als rijst, pasta en brood is de aardappel een belangrijke bron van koolhydraten.
Een barbecue (afgekort: BBQ of bbq; vaak foutief als "barbeque" geschreven) is een gebruiksvoorwerp waarmee men vlees en andere voedingsproducten kan bereiden door deze te roosteren. Deze kooktechniek wordt ook wel grillen genoemd.
Braden is een bereidingswijze die geschikt is voor mals vlees met weinig bindweefsel dat een langere tijd nodig heeft om gaar te worden. Het vlees wordt eerst met hete margarine of olie op hoog vuur rondom dichtgeschroeid. Hierdoor blijven de vleessappen bewaard.
Daarna wordt het vuur getemperd en met de deksel schuin op de pan braadt het vlees gaar. Door de kier van de deksel kan verdampend vocht ontsnappen. Voor braden is een braadpan met een dikke bodem die de warmte goed verdeelt het meest geschikt.
Braden kan zowel op het fornuis als in de oven. Braden is een goede techniek voor gehakt, rollade, fricandeau, varkenslappen, rosbief en varkenshaas.
Roerbakken, wokken of omscheppend bakken is een van oorsprong uit Azië afkomstige kooktechniek voor het bereiden van voedsel in een wok (in Indonesië wadjan of wadjang), in sterk verhitte olie en op een hoog vuur. Hierbij wordt het gerecht continu omgeroerd (oorspronkelijk door de wok te schudden).
Wokken stamt uit de omgeving van de Chinese stad Kanton. Eeuwen geleden groeide er nauwelijks hout en vuurbronnen waren er dus schaars. Dat betekende dat men gedwongen was tot economisch koken. De oplossing was groenten en vlees in kleine stukjes snijden en in een bolle pan, boven een hoog vuur waar de wok van de hitte donkerrood werd, alle ingrediënten tegelijk snel te bakken.
Een kenmerkende eigenschap van deze methode is dat de temperatuur hoger blijft dan de kooktemperatuur van water (afhankelijk van de techniek tussen de 160 °C tot boven de 230 °C) en door de vorm van de wok het contactoppervlakte groot zodat het vrijkomende vocht direct verdampt. Vanwege deze vochtontrekking wordt de smaak in groente geconcentreerd en is de bereidingstijd kort wat de typerende smaak geeft, onder andere vanwege de Maillardreactie en karamelisatie.